MONTFERRAND (Dordogne) De koelte van de twaalfde eeuw
Aan de smalle D26 tussen Belvès en Beaumont ligt Montferrand-du-Périgord tegen de hellingen langs de oever van de Couze, een zijriviertje van de Dordogne dat hier eigenlijk nog geen naam mag hebben. Aan het eind van het dorp staat op een nauwelijks meer te lezen bordje ‘Eglise XII siècle piêtions 7 min’.
Het pad brengt je steil omhoog door een kastanjebos naar de akkers te midden waarvan de St-Christophe ligt. We zien een romaans kerkje op een ommuurd kerkhof. Voorzichtig duwen we de gammele houten kerkdeur open. We lopen de koelte en de schemer van de twaalfde eeuw binnen.
In de St-Christophe hangt de oude, doordringende lucht van vochtige kalk. Vanuit het zoldergewelf kijkt een gemoedelijke Christus ons in zijn welgedane majesteit aan. Voor de boeren van Montferrand was Jezus een gezellige dikkerd. Broodmagere armoedzaaiers zagen ze overdag immers al genoeg… Jezus’ handen maken een zegenend gebaar. Rondom hem staan de vier evangelisten. Lucas heeft de gedaante aangenomen van een stier die tussen de maan en sterren van het gewelf vliegt. Alle wanden zijn indertijd benut om de Middeleeuwse bewoners van Montferrand het verhaal van God, zijn zoon, zijn heiligen en zijn kerk aanschouwelijk te maken.
We kopen ansichtkaarten van de fresco’s door de gevraagde euro’s in de geldbus te gooien en steken kaarsjes op om de eeuwige rust van enkele geliefden te sponsoren. Na een halfuurtje staan we weer buiten. De twaalfde eeuw is een stuk dichterbij dan je denkt. (juni 2004)
plaatselijk belang
LA PALMA (Canarische Eilanden) Vrijgevochten in El Remo
Voorbij Puerto Naos wordt de gele weg op de kaart een witte weg om als een simpel lijntje in El Remo te eindigen. El Remo, het klinkt als een cowboy-film. Als je de laatste bocht na de laatste bananenplantage gehad hebt, blijkt dat ook ongeveer te kloppen. Een decor van brede stoffige wegen en tientallen lage huisjes.
LA GOMERA (Canarische Eilanden) Naar de offerberg van de Guanchen
Het was een buitengewoon vermoeiende wandeling door een door de regens geteisterd spoor naar de Garajonay, met 1487 meter het hoogste punt van het eiland La Gomera. Het handzame wandelgidsje had ons een ontspannen tocht beloofd, maar het zal wel aan ons en onze conditie gelegen hebben, vrees ik…
Turkije is vlakbij op Lesbos. Zelfs onder de douche zie ik de contouren van het Turkse vasteland. Eeuwenlang heersten de Turken in Griekenland. Hier op Lesbos van 1462 tot 1912.
Waar de rivier Imbrasos vanuit de bergen in het zuidoosten van Samos in zee stroomde, wordt sinds mensenheugenis Hera vereerd. Hera, de oergodin, zuster en vrouw van Zeus. Hera, godin van huwelijk en kuisheid. Haar Heraion is een snikhete vlakte. Hier en daar zorgt een boom voor wat schaduw. Onder één zo'n boom - de Vitex agnus castus ofwel de kuisboom - moet Hera geboren zijn...
Een paar dagen geleden kwamen we deze buitengewoon vervelende landgenoot op Alonnisos voor het eerst tegen: een parmantig sikje aan de kin, een fototoestel voor de buik, een schoudertas voor de borst en een vrouw in het kielzog. Een landgenoot in wiens buurt je je gedeisd houdt terwijl je alles doet wat in de vermogen ligt om geen Nederlander te zijn, laat staan Nederlander te lijken.
KEFALONIA (Griekenland) Voorjaarsbloemen in de basiliek
Boven het vissersdorp Fiskardo, helemaal in het noorden van Kefalonia, zie je twee lichtgrijze ruïnetorens boven het groen uitsteken. Het plaatselijke gidsje weet te vertellen dat daar op het Fournia-schiereiland de resten van een vroeg-christelijke basiliek en twee torens liggen.
Avondzon op de haven van Patitiri. Ik tel 62 boten. De meest zijn kleine vissersbootjes, zoals je in een kleine Griekse haven verwacht. Verder een paar redelijk bescheiden jachten en aan de nieuwe steiger dobberen twee Flying Delphins. Een ervan bracht ons vier dagen geleden in vijf kwartier van Skiathos hier naar Alonnisos.
VILA REAL (Portugal) De genadeloze meetlat van de markies
Op de rechteroever van de Guadiana ligt het Portugese grensstadje Vila Real de Santo António. Het werd in 1774 gebouwd door de markies de Pombal, voornamelijk om de Spanjaarden aan de overkant van de rivier te imponeren.
OLHAO (Portugal) Het bezoekerscentrum van Rio Formosa
De man bij de ingang van het bezoekerscentrum tekent achteloos een paar cirkels op het plattegrondje: de toiletten, het expositiegebouw, de getijdemolen. Door de kennel van de Portugese waterhonden komt een kruis. Die zijn er niet meer…
Het is half acht ’s avonds en de zon schijnt in Salamanca nog zo fel dat de helft van Plaza Mayor zo oogverblindend licht is dat je aan de overkant van het plein nauwelijks iets kunt onderscheiden. We schuiven aan op Plaza Mayor en voor de zoveelste keer zien we een paar uur lang Salamanca langskomen.
Als u het paradijs wilt zien, moet u snel zijn. Het grote blauwe bord vooraan in de vallei verraadt dat de Europese Unie 2,5 miljoen euro gaat steken in deze potentiële toeristentrekker. De nieuwe stenen plattegrond belooft al een bezoekerscentrum waar nu nog de brem bloeit.
Hoe maak je een goed museum? Het Museo Nacional de Arte Romano in Mérida (West-Spanje) bewijst dat je daarvoor op z’n minst aan twee voorwaarden moet voldoen. Je hebt conservatoren nodig die niet per se voortdurend álles willen laten zien. En je moet een architect zien te vinden die een collectie – letterlijk en figuurlijk – op zijn plaats kan zetten.
De eerste indrukken leken mijn bedenkingen te bevestigen. Allereerst de 40 graden Celsius die niet alleen in de lucht hing, maar ook van de muren en van de straat op je af kwam. Dan de stank van paardenpis en paardenstront dankzij de onafgebroken rij koetsjes. En dan natuurlijk de toeristen die elkaar met hun plattegronden zo ongeveer van de stoep afslaan. Hoezo: mooie stad?
MONPAZIER (Dordogne) Een groene ster voor Monpazier
Op het terras van Hotel de France aan het Place de Cornières in afwachting van de groentesoep waar het Menu Suggestions (18,50 euro) mee begint. De zon schijnt nog op de arcaden aan de overkant van het plein en op de toren van de St-Dominique. In de boog boven ons voeren de zwaluwen hun onverzadigbare jongen.
LEVKAS (Griekenland) Het blauwste water van Porto Katsiki
Voor het eerst van ons leven op Levkas zijn we net gestopt om een foto van de brem te maken die als een gele schutting lang de weg staat. We staan met een man aan de kant van de weg te praten. Hij is aan het uitrusten van zijn werk op de wijngaard.
De weg voorbij Mylopotamos is lang en bochtig. Eerlijk gezegd hebben we geen idee waar we terecht zullen komen. Het bordje belooft ons Limnionas, maar op de kaart eindigt het rode kronkelslangetje abrupt aan een lege kust. Een bord aan het begin van de weg informeert ons hoeveel euro's de EU in deze onderneming gestoken heeft.
Een halve eeuw geleden noemde Henry Miller het stadje Sarlat ‘een droom waarmee de menselijke geest zich voedt’. Zijn Sarlat was een ander stadje dan wat je nu ziet. Het Sarlat van Miller was stoffig, muf en breekbaar. .
EL HIERRO (Canarische Eilanden) De scherven van El Hierro
De geleerden schatten dat zich op El Hierro 12.000 jaar geleden een natuurfenomeen van een ongekend formaat heeft voorgedaan. Stel je het kleine Canarische eiland El Hierro voor als één grote vulkaankegel op de bodem van de Atlantische Oceaan. Op een dag moet er boven bij de kraterrand een enorme scherf van de wand zijn afgebroken. Een scherf van meer dan 1500 meter hoog.
MONTFERRAND (Dordogne) De koelte van de twaalfde eeuw
Aan de smalle D26 tussen Belvès en Beaumont ligt Montferrand-du-Périgord tegen de hellingen langs de oever van de Couze, een zijriviertje van de Dordogne dat hier eigenlijk nog geen naam mag hebben. Aan het eind van het dorp staat op een nauwelijks meer te lezen bordje ‘Eglise XII siècle piêtions 7 min’.
De naam St. Avit Rivière doet meer verwachten dan je er in werkelijkheid aantreft. De 'Rivière' is de Couze die ter plaatse amper een meter breed is. 'St. Avit' telt 73 inwoners, maar hier zijn ook de boerderijen in de buurt bij inbegrepen. Als bezienswaardigheid van het dorp heeft men op de site van de Commune St. Avit Rivière een picknickbank gefotografeerd.
Weer eens naar Parijs geweest. Het was jaren geleden. Al die tijd domweg niet aan toegekomen. Twee dagen door de stad gesjouwd. Langs de bekende plekjes als echte toeristen. Af en toe regent het. Bij de uitgang van elk metrostation kun je paraplu’s kopen. De Parijzenaars lopen nóg sneller dan anders.
KEFALONIA (Griekenland) De twee kapiteins van Kefalonia
Toen we nog maar net met de veerboot Captain Aristides van Levkas vertrokken waren, begreep ik dat mijn voorbereiding op Kefalonia slecht geweest was. Twee echtparen hadden elkaar op het bovendek van de veerboot ontmoet en wisselden de plaatsen van 'Kapitein Corelli's mandoline' uit die ze gingen bezoeken. Ik had nauwelijks iets van Kapitein Corelli onthouden.
Bijna elke dag kijk ik even op internet hoe het in Stoupa is. Eigenlijk is er nooit iets. Behalve dat de zon schijnt in Stoupa, dat de temperatuur prima is en dat er voortdurend mensen voorbij de webcam op het dak van het reisbureau slenteren. Sommigen kijken even onze kant op. Elke dag even terug in Stoupa.
LA PALMA (Canarische Eilanden) Voorbijgangers in Las Tricias
Het pad begint in Las Tricias en daalt snel. Onderaan zijn ons in de grotten van Buracas inscripties van de Guanchen beloofd. Graffiti uit de oertijd. Langs het pad bloeien alle bloemen. Hier en daar een huisje, de meeste zijn verlaten. Deze niet, hier woont de zilversmid.
El Hierro (Canarische Eilanden) Strepen over het eiland
Sinds de dichter Bloem ons de vraag ‘Wat is natuur nog in dit land?’ stelde, weten we zeker dat we in Nederland geen ‘echte’ natuur meer hebben. Ik keek voor het eerst met Nederlandse ogen naar het landschap van El Hierro. Tot nu toe had het eiland zo ongerept geleken…
Het is zaterdagmorgen in Mandamádos, het grootste dorp in het noordoosten van Lesbos. Vanaf het terrasje van de taverna naast de kerk zien we het dorpsleven zijn rustige gangetje gaan. Een grote vrachtauto komt een paar dozen bezorgen bij de ijzerwarenwinkel. Een boer zet een emmer verf in de bak van zijn aftandse pick-up.
KYTHERA (Griekenland) De grot van de Heilige Sophia
Er hangt een bordje Agia Sophia tegen de muur bij de ingang van het dorp Spilies. De blauwe pijl wijst naar links en het pad brengt ons in een klein half uur naar een nauwe kloof. Groen en schaduwrijk verborgen in het kale, stoffige landschap van het zuiden van Kythira. Soms stroomt er water. Niet nu, na een lange hete Griekse zomer.
Neem in de Rua do Conceicao in de benedenstad trammetje 28 omhoog richting Sao Vincente. Stap uit op Largo das Partos do Sol en Alfama ligt aan je voeten. Een zee van daken van roze, via alle kleuren rood naar een onbestemd beige. Je hoeft alleen maar de grote trap af te lopen en je bent er.
Parc des Buttes Chaumonts kennen alleen de Parijzenaars. Kinderen spelen in het gras, hun ouders zitten op een deken en picknicken. Het negentiende arrondissement laat er de hond uit. Ze zitten te lezen op een bankje of ze lopen er hard tegen de heuvels op. Bovenin het park heb je een prachtig uitzicht op de Sacré-Coeur.
De meeste mensen die met vakantie naar Lesbos gaan, komen niet in de hoofdstad Mytilíni. Een vieze, drukke stad, vinden ze. Meer dan de helft van de 80 duizend inwoners van het eiland woont in de hoofdstad.
Overal stroomt het water. Normaal is de bodem van het eiland kurk- en kurkdroog in deze tijd van het jaar. Het heeft de afgelopen septemberweken meer geregend dan de Sardijnen sinds jaren gewend zijn.
Van het oudste klooster van Lesbos is niet veel meer over dan wat muren, een paar stukken marmer en de sarcofaag van de Heilige Alexandros tegenover het nieuwe kapelletje. Je vindt de ruïne in een schapenweitje bij het dorp Lafiónas boven Petra en Molivos in het noordwesten van het eiland.
Waarom lees je nooit over Sevilla in de winter? Als de zon de stad niet opstookt tot het kookpunt. Vandaag is het Eerste Kerstdag en blijft de thermometer bij achttien aangename graden steken.Het is winter, maar Sevilla weigert erin te geloven. Des te meer in kerst.
Ten zuidwesten van Cagliari ligt de oude handelsstad Nora. Tweeduizend jaar geleden was het de grootste en rijkste stad van Sardinië, halverwege Italië en Afrika. De Phoeniciërs vestigden zich er in de achtste eeuw voor Christus. In 238 v.Chr. vroeg men de Romeinen hen te helpen tegen de Carthagers. Sardinië werd deel van het Romeinse rijk, Nora een Romeinse stad.
Een wereldstad op een handvol eilandjes die bij het minste of geringste onder water lopen. Venetië ligt op een onmogelijke plek, maar de stad heeft er prima mee leren leven. Gucci verkoopt in de Calle XXll Marzo rubberlaarzen voor 170 euro om in stijl 'aqua alto' - hoog water - te trotseren.
Hoog vanaf zijn paard op het heetste hoekje van de Plaza Mayor van Trujillo lijkt Pizarro meewarig neer te kijken op ons die de schaduw van het terras van Hotel Nuria opzochten. Het kan ons niks schelen.
De eerste keer op Skyros was ik dik een uur onderweg om in Skyros-stad te komen. Het was warm die middag en ik volgde vanaf de kust de smalle weg die me tegelijk met de auto's, de brommers en de muilezels in ruime slingers tegen de berg op omhoog bracht. Later kwamen we er achter dat je met de trappen in vijf minuten boven in de stad
Dat het plaatsnaambord van Orgosolo met kogels werd doorzeefd, is niet zo bijzonder. Elk plaatsnaambord op Sardinië wordt als schietschijf gebruikt. Gaten die meer dan vuistdik waren, hadden we elders echter nog niet gezien. In Orgosolo is men kennelijk gewend grof geschut te gebruiken.
'Thank heaven, no one takes any notice', schreef D.H. Lawrence in zijn Sea and Sardinia (1921). Hij noteerde het bij aankomst in de Sardijnse hoofdstad Cagliari. Een handjevol mannen met de handen in de zakken stond op de kade de komst van de kleine oude stoomboot uit Sicilië te negeren.
Onderweg van Bilbao naar Burgos kwamen we er per ongeluk een keer terecht toen we geen zin hadden verder te gaan. Pancorbo heette de afslag van de Autovía del Norte. Er lag een dorp dat inderdaad zo heette. We stapten uit.
Toen we met onze dappere Fiat door de kuil reden, herinnerden we ons de tip van degene die ons deze kant had opgestuurd: 'Vlak voor Paliochora zit een soort sloot in de weg waar je de auto beter vóór kunt laten staan'. Paliochora, het Byzantijnse hoofdstadje van het eiland Kythira, is van een niet kapot te krijgen schoonheid.
Waarschijnlijk kent u Bouillac niet. Het dorp - nou ja: de kerk, de school, de Mairie en een handvol huizen - ligt aan de smalle D26 van Belvès naar Beaumont. Vermoedelijk zegt het u nog steeds weinig… We zijn in de Dordogne-streek. We lopen een rondje in de buurt en komen dus weer 'ns door Bouillac.
De stad Evora, diep in het Portugese binnenland, heeft veel om te laten zien. Een Romeinse tempel bijvoorbeeld die je vanaf het terras van de kiosk in het parkje rustig kunt bekijken. Cultureel hoogtepunt van het stadje is de Sé – ‘Kathedraal’ in het Portugees – die gesticht werd in 1186, toen de Moren hier net verslagen waren.
LA GOMERA (Canarische Eilanden) De Vallei van de Grote Koning
In 1404 landde de Normandische edelman Jean de Bethencourt op La Gomera. Hij deed zijn Noormannen-afkomst alle eer aan. Binnen de kortste keren veroverde hij de Guanchenkoninkrijkjes op het eiland op één na. Halverwege de vijftiende eeuw was La Gomera eigendom van de Spaanse familie Peraza en werden honderden oorspronkelijke bewoners van het eiland als slaaf verkocht.
De kerk Ekatontapyliani is het oudste gebouw van Parikia, de hoofdstad van Paros. Bij de deur zit een zigeunerjongetje met een kartonnen doos voor zich. Een eindje verderop houdt moeder met een jonger broertje op de arm het bedelaartje in de gaten.
Het duurt even voor je het door hebt. De geluiden van Venetië zijn anders dan overal elders. Geen geluid van auto’s, motoren, scooters en brommers. Venetië is de allerstilste wereldstad. Zeker in december...
ANTIPAROS (Griekenland) Niet verder vertellen s.v.p.
Wat voert een mens naar Antiparos? De afstand is het probleem niet. Op Paros is het tien minuten met de bus van Parikia naar Pounta en dan nog een kwartier met het pontje.
Als de Noordster zich een vaarweg baant tussen de staken langs de geul van het haventje van Noordpolderzijl naar de Waddenzee is het middaguur al gepasseerd. We zijn met een man of twintig met een excursie van Staatsbosbeheer op weg naar Rottumeroog.
COSTA VERDE (Sardinië) Een huis aan zee voor de kinderen
De weg langs de Costa Verde in het zuidwesten van Sardinië brengt ons van de ene verrassing naar de andere. Doni kwam vroeger nooit aan deze verlaten kust, vertelt hij. Dit was het land van de mijnwerkers en de klassenstrijd. Niet het Sardinië van de boeren en herders dat hij als zijn broekzak kent.
ALTURA (Portugal) De fascinerende stilte van de Algarve
De stilte van de Algarve heeft iets fascinerends. Het is bijna oktober. Niet alleen in het binnenland van de Algarve heerst inmiddels de stilte. Altura, ons dorp aan de kust, oogt met de dag verlatener. Op de parkeerplaats installeren de eerste overwinteraars hun camper.
LESBOS (Griekenland) De twee monniken van Patharioú
De bevolking van het Patharioú-klooster bij Eressós op Lesbos bestaat uit twee monniken. Als je de zandweg naar hun klooster omhoog volgt, is de kans groot één van beiden in een oude Nissan pick-up tegen te komen. Het bakje vol stenen en zakken cement.
We staan voor de Duomo Santa Maria di Castello, de grote kathedrale kerk van Cagliari. Dertiende eeuw met een façade van licht marmer als de dom van Pisa, schrijft de reisgids er voor alle zekerheid bij. Wij staan met de rug naar de kerk en kijken over de muur de straatjes van de wijk Castello in.
De man van de brommerverhuur had zijn zuster gebeld. Die bracht ons door de straatjes van Gajos naar een groot huis aan de rand van het dorp. Wij hadden onderdak op Paxos.
In de meeste Corfu-gidsen staat Pelekas te boek als een bergdorp voor excentriekelingen en hippies. Misschien dat de oudere inwoners van het dorp zich daar nog iets van herinneren. De enige excentriekeling vandaag is de lange man op leeftijd die onschuldige voorbijgangers goedmoedig, luidkeels en ongevraagd de weg wijst.
Rond kerst is Sevilla de stad van de Belèn, ofwel de stad van de kerststallen. In het woord Belèn herken je Bethlehem, het dorp van de échte kerststal. Sevilla telt in de kersttijd een paar honderd kerststallen.
SKYROS (Griekenland) Twaalf kapelletjes in de bergen
U komt gaandeweg langs vele kapelletjes, elk met een eigen sfeer en decoratie. Neem gerust binnen een kijkje en steek in ruil voor wat kleingeld een kaarsje aan.'
Het was zaterdagmiddag op Skyros en dit was de twaalf-kapelletjesroute, volgens de kenners de mooiste wandeling op het eiland.
Nu ik er weer geweest ben, weet ik zeker dat het stadje Cres tot mijn favoriete plekjes aan de Kroatische kust hoort. Het haventje is tot de laatste plaats bezet met kleine bootjes. De huizen langs de kade hebben de mooiste kleuren. Daarachter staan de middeleeuwse wachttorens aan de rand van het stadje.
LA PALMA (Canarische Eilanden) De rustige zekerheid van Garafía
Elke keer op La Palma gaan we naar Garafía. Deze keer zijn we met z'n vieren naar het eiland gekomen, dus slepen we ook onze vrienden mee naar het stadje helemaal in het noordwesten. Wat is er mooi aan Garafía?
Er loopt een ezelspaadje door de heuvels van Patitiri naar Chora. Langs het pad bloeien kleine cyclamen. Na ongeveer een half uur ben je in Chora, de oude hoofdstad van het eiland. Officieel staat er nog Alonnisos op de kaart. Het is een oude Griekse gewoonte om de hoofdstad de naam van het eiland te geven. Of omgekeerd.
Twee dames in mooie lange jurken op een pleintje in Sevilla. Die in de rode jurk rookt zenuwachtig een sigaret. Ze staan op het punt de parochiekerk San Andrés binnen te gaan. Het is zaterdag en trouwdag in Sevilla.
Een Spaanse bar is altijd te klein. Er moet nu eenmaal altijd meer gebeuren dan op de beschikbare vierkante meters mogelijk is. Een bar in Spanje is méér dan een plek om te drinken. De bar is ook een huiskamer met een luide tv, een restaurant, een restaurantkeuken, een winkel en het voorraadmagazijn.
U mag de tunnel van Eupalinos boven het stadje Pythagorio ’s morgens bekijken voor vier euro per persoon. Herodotus rekende hem in zijn Historiën tot de belangrijkste bouwwerken van de Hellas. Tegenwoordig zie je dat er niet aan af. Het is ongeveer het enige archeologische monument in Griekenland waar de bezoeker niets uitgelegd krijgt. Of het moet het bordje bij de ingang zijn dat u moet uitkijken om uw hoofd niet te stoten…
SANTILLIANA DEL MAR (Spanje) Het simpele Santilliana
Santilliana del Mar is een prachtig dorp. Iedereen roemt de ‘boerse’ schoonheid van de paleisjes die de plaatselijke adel hier tussen de vijftiende en achttiende eeuw bouwde. Santilliana ligt ongeveer 25 kilometer ten westen van Santander aan de Spaanse noordkust.
LA PALMA (Canarische Eilanden) De overtreffende trap van La Palma
Eigenlijk is La Palma één grote berg. Een paar miljoen jaar geleden ontstaan toen de oceaanbodem scheurde en de lava een berg vormde die na 4000 meter boven water uit kwam en vervolgens nog eens 2400 meter doorbouwde aan La Palma. De doorsnee van de krater van die oervulkaan, de Caldera de Taburiente, is zo’n tien kilometer. Getallen om van te duizelen.
EL HIERRO (Canarische Eilanden) De maagd van El Hierro
Het wandelgidsje noemt La Bajada de la Virgen een pittige wandeling van 28 kilometer lengte van het zuidwesten naar het noordoosten van El Hierro. Voor de Herrenos - de inwoners van het eiland - is de tocht niets meer of minder dan een soort ijkpunt in hun eilander bestaan. De jaartelling is in Bajadas. Eén jaar voor de Bajada… Nee, het moet het jaar na de Bajada zijn geweest.
LA GOMERA (Canarische Eilanden) De akkertjes van de Valle Gran Rey
Sinds in 1384 de eerste Europeaan voet aan land zette op het Canarische eiland La Gomera, heeft de geschiedenis voor de Gomeros het nodige aan ellende en narigheid in petto gehad. Onderdrukking, moord en doodsslag, bittere armoede en niet zelden hongersnood.
PAXOS (Griekenland) Naar het binnenland van Antipaxos
's Morgens om tien uur brengt de Antipaxos Lines je in twintig minuten van Gajos op Paxos naar Antipaxos. Terwijl de rest van het ongeveer vijftien personen tellende gezelschapje zich op het Vrika-strand en het naastgelegen Voutoumi-strand installeert, besluiten wij het eiland te gaan verkennen.
ROCAMADOUR (Dordogne) De wonderen van 'Roc Amadour'
De 'Roc Amadour' is 150 meter hoog. Wie met de auto komt, kan die het beste boven het stadje op de parkeerplaats zetten en langs het voetpad naar beneden lopen. Daarbij legt u de lijdensweg van Christus in omgekeerde volgorde af. Eerste sterft Jezus aan het kruis, dan wordt hij aan het kruis genageld en van zijn kleren beroofd.
Soms overvalt je het gevoel dat je niet verder hoeft. Eigenlijk ben je d'r, realiseer je je. Mooier dan dit wordt het niet. Dat is in diepste wezen het eilandgevoel. Ver weg van de grote-mensenwereld, teruggeworpen op lotgenoten. El Hierro is het ultieme eilandgevoel.
Op het tweede pleintje van Pelekas wijst een bordje omhoog naar Paratiritirio tou Kaiser, ofwel de Keizerstroon. De Duitse keizer Wilhelm II bracht in de jaren voor de Eerste Wereldoorlog zijn vakanties door op het paleisje Achilleion bij Kerkyra. Regelmatig liet hij zich naar de heuveltop boven Pelekas vervoeren om de zon langs de heuvelrand in de Ionische Zee te zien zakken.
Het stadje Osor ligt nog net op het eiland Cres op de plek waar een gammele draaibrug je naar buureiland Losinj brengt. Er wonen volgens de laatste opgave van de gemeente 70 mensen en dat moeten er in de hoogtijdagen misschien wel zo'n 20 duizend geweest zijn.
Thomas vraagt of we het al weten van de grote aardbeving op Java. 'Minstens 5000 doden', weet hij. We zijn op Levkas en daar volgen ze aardbevingen aandachtiger dan elders. Of we in Nederland ook aardbevingen hebben, wil Thomas weten. Ik mompel iets van 2,6 op de schaal van Richter laatst bij ons in de buurt. 'For us a Greek salad', gebaart Thomas. Een voorproefje dus...
LA GOMERA (Canarische Eilanden) De hippies van La Gomera
Ze zijn er nog. Ze lopen op blote voeten. Ze verkopen sieraden op de hoek. Ze persen sinaasappels voor je uit. Ze spelen op een plastic fluit. De hippies van Valle Gran Rey. Als je ze ‘in het wild’ wilt bekijken, zul je over de rotsen klimmend naar Playa de las Arenas moeten waar ze onder de tweehonderd meter hoge zwarte rots hun hutjes gebouwd hebben van wrakhout en palmbladeren.
Hoog boven Tinos-stad ligt het Kechrovouni-klooster. De dame aan de poort laat ons binnen als Erik en ik onze broek een beetje laten zakken. Henny had voor alle zekerheid een handdoek omgebonden. Cisca mag als enige zoals ze is onder ogen van de nonnen van Kechrovouni komen.
Ik zou bij God niet weten waarom u naar Sidari zou moeten.
Tenzij u in reïncarnatie gelooft en denkt dat Elvis vanavond om half tien live in het B.E.D. Café komt optreden.
Tenzij u dik en Engels bent…
CORDOBA (Spanje) De palmen van de Mezguita Natuurlijk moet je de plekken waar alle toeristen komen, als het kan mijden. Ga in Córdaba echter in elk geval naar de Mezquita, de oude moskee van Córdoba. Elke reisgids vertelt hoe kalief Abderramán I in 784 met de bouw begon. Dat hij marmeren zuilen van Romeinse villa’s in de buurt gebruikte en die met rechthoekige blokken en twee rijen bogen liet ophogen.
Op bevel van Keizer Augustus werd in 25 v.Chr. Augusta Emerita gesticht; later ‘verspaanst’ tot Mérida (West-Spanje). Langs de oevers van de Guadiana lag voldoende vruchtbare grond om de veteranen een onbezorgde oude dag te garanderen. Als een van de eerste gebouwen liet Augustus in Mérida een enorm theater met meer dan 5000 zitplaatsen bouwen.
LA GOMERA (Canarische Eilanden) Hoog boven Valle Gran Rey
Aan de ene kant de Atlantische Oceaan, soms zijn golven grimmig op de stenen kletsend, meestal zo glad als een spiegel. Aan de andere kant de massieve loodrechte rotswand die Valle Gran Rey ’s morgens in de schaduw houdt en ’s avonds bij wijze van compensatie de hitte van de dag op de kust terugkaatst.
Elke dag van het jaar is Sevilla de mooiste stad van de wereld. Bijna elke dag. Mijd Sevilla op Oudejaarsdag. U heeft er dan niets te zoeken. Niemand zit de laatste dag van het jaar op u te wachten in Sevilla.
Het Moni Vronta-klooster in het noorden van Samos is na de grote bosbranden van 2000 nog steeds voor bezoekers gesloten. De vuurzee sloot het oude klooster in en deed de muren letterlijk wankelen. Omdat kloosterbezoek tot de verplichte kost hoort bij een bezoek aan een Grieks eiland, behelpen we ons met het Moni Panagias Spilianis bij Pythagorio.